De profeet Bileam mag Israël niet verwensen. Hij kan dat ook niet eens. Zijn opdrachtgever zegt wel tegen hem: "Ik weet: wie gij zegent, die is gezegend en wie gij vervloekt, die is vervloekt", maar zonder dat Balak het beseft herhaalt hij daarmee de zegen van God aan Abraham en daar is niets tegen in te brengen.