Woedend over de Joodse Bar Kochva opstand die plaatsvond tussen het jaar 132 en 136 na Christus, bracht de Romeinse keizer Hadrianus zijn legioenen over en maakte de opstand met de grond gelijk. Hoewel de verwoesting van de Tweede Tempel slechts enkele tientallen jaren eerder had plaatsgevonden, waren de Romeinse strafmaatregelen tegen de Joden in Judea deze keer nog rampzaliger. Sommige geleerden beschrijven het neerslaan van de opstand zelfs als genocide. Toen Hadrianus het Joodse koninkrijk Judea vernietigde, hernoemde hij het land ‘Syria Palestina’, afgeleid van het woord ‘Filistijn’, de beruchtste vijand van de Bijbelse Israëlieten.