De maand Elloel, de voorbereidingsmaand voor de Hoge Feestdagen, wordt vergeleken met een vluchtstad (Kitsoer Sjoelchan Aroeg 128:2). Als iemand geheel buiten zijn schuld een medemens had gedood of als er sprake was van een verdachte die nog niet voor de rechtbank was verschenen, moest hij zijn toevlucht zoeken in een van de zogenaamde vluchtsteden (Numeri 35:11).