Midden in de nacht van 9 op 10 november 1938 schrok de twaalfjarige Jechiel Hirschberg wakker van hard geschreeuw, gebons en glasgerinkel. Boosaardige mannen haalden hem, zijn oudere broer Walter en zijn ouders uit de leraarswoning aan de Ubbo-Emmius-Straße in Leer. Buiten zagen ze de vlammen opschieten uit de nabijgelegen synagoge. Het werd een nacht vol angst om nooit te vergeten.