In de synagogevoorlezing uit de Tora zijn we reeds met het vierde boek Numeri begonnen. In hoofdstuk twaalf van Numeri wordt de episode van de verspieders besproken. Het leek allemaal zo mooi: G’d had het land Israël toegezegd aan het Joodse volk en twaalf mannen, voorzitters van de twaalf stammen zouden met z’n allen het land doortrekken en bekijken of de steden sterk waren. Het waren allemaal belangrijke en vooraanstaande persoonlijkheden, die er op uitgestuurd werden; allen werden zij met naam genoemd. Het eindigde echter in een vreselijk drama, waarbij de tien foute verspieders omkwamen en de rest van het volk veertig jaar door de woestijn moest trekken op weg naar het land Israël. De hele missie draaide uit op een totale mislukking.