Aan het begin van het vijfde boek van de Thora lezen wij: “Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft G‘d liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van G‘d voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft G‘d u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte“. (Deuteronomium 7:7-8)