Kleng, kleng, kleng. In gedachten hoor je dat ze het uitschreeuwen, al die kinderen, anderhalf miljoen. Je hoort hun angst en radeloosheid en je ziet hun kleine, uitgemergelde gezichtjes voor je. Je ziet hun grote ogen, die je aankijken in verbijstering over wat hun overkomt. Je bent met stomheid geslagen en je staat er bij met tranen in je ogen.