Afgelopen zomervakantie las ik een boek over de lange geschiedenis van antisemitische complottheorieën. Eén van de bekendste complottheorieën is het zogenaamde ‘bloedsprookje’ waarbij Joden ervan worden beschuldigd mensen te hebben ontvoerd en vermoord als onderdeel van hun religieuze rituelen. In een veel voorkomende variant gaat het om christelijke kinderen die vermoord zouden zijn en waarbij hun bloed bij de bereiding van matzes voor het Pesachfeest zou zijn gebruikt. Het bloedsprookje was met name tijdens de Middeleeuwen een veel voorkomende aanleiding voor de vervolging van Joden.