Farao droomde dat hij bij de Nijl stond. Hij zag zeven mooie koeien uit de Nijl komen. Daarna kwamen er zeven lelijke en magere koeien uit het water. Die aten de mooie koeien op. Farao kreeg een tweede droom. Zeven mooie, rijpe korenaren groeiden op uit één halm. Maar de zeven magere aren aten de zeven vette op.