Na de dood van Sara gaf Abraham zijn dienaar Eliezer opdracht om met tien kamelen naar Haran, het tegenwoordige Syrië, te reizen. Daar moest hij voor zijn zoon Izak een vrouw zoeken. Eliezer moest van Abraham zweren dat hij een vrouw zou zoeken uit de familie van Abraham. Eliezer vroeg G’d een hemelse aanwijzing. Hij wilde weten hoe hij de juiste huwelijkskandidate kon opsporen. Het teken werd ‘onbeperkte naastenliefde voor iedereen en alles’. Bij een bron in Haran vroeg Eliezer alleen om zelf wat te mogen drinken. Rebekka was direct bereid om ook alle kamelen van Abraham te drinken te geven (Gen. 24).