Op het moment van schrijven is het de nacht van Tisja be’Av, de dag van de vernietiging van onze Heilige Tempel en het begin van onze ballingschap. Ik schrijf deze woorden terwijl ik op de grond zit als teken van rouw, omdat we op deze dag allemaal rouwen om de vernietiging van de Tempel. En terwijl het Joodse volk over de hele wereld rouwt om dit grote verlies, bereid men in Israël zich ook voor op een mogelijke dreigende aanval van Iran en Hezbollah.