Op 7 juni 1967 heroverde Israël de Kotel (Klaagmuur) en de Tempelberg in de Oude Stad van Jeruzalem. Toen ze de Kotel bereikten werden veel van de seculiere soldaten, die zich aan geen van de geboden hielden, overmand door emoties. Een ongelovige soldaat herinnerde zich dat hij rondkeek naar de officieren en de andere soldaten: 'Ik zag hun tranen, hun woordeloze gebeden, en ik wist dat ze hetzelfde voelden als ik: een diep gevoel voor de Tempelberg… een liefde voor de Kotel waarop zoveel generaties hebben gehuild. Ik begreep dat niet alleen mijn religieuze vrienden en ik de grootsheid en heiligheid ervan voelden; anderen [ongelovige Joden] voelden het ook, niet minder diep en sterk.'