In Israël spreekt men vele talen. Het Hebreeuws is hier slechts een van. Zo liep ik ooit in de ultraorthodoxe wijk Mea Sjearim waar ik zag hoe een chassidische man met een lange witte baard iets duidelijk probeerde te maken aan een ongeveer acht jaar oude, chassidische jongen met lange pijes (pijpenkrullen). “Wat?” vroeg het jongetje de oude man in het Hebreeuws, waarop de man zichzelf herhaalde in Jiddisj. “Wat?” vroeg de verwarde jongen weer in het Hebreeuws waarop de oude man zichzelf wéér herhaalde in het Jiddisj. “Huh?”