Meteen toen het Joodse volk zich in het Heilige Land vestigde, begonnen ze de jaren te tellen en zevenjarige cycli in acht te nemen. Elke cyclus eindigt in een sabbatsjaar- Sjemita, wat letterlijk ‘loslaten’ betekent. Dit jaar is een sabbatsjaar. Een van de belangrijkste gebruiken in deze periode komt uit Leviticus 25:3-6. Gedurende dit jaar moeten de inwoners van het land Israël volledig afzien van het bewerken van hun velden en moeten ze ook afstand doen van al het persoonlijk eigendom van hun velden; alles dat bij zichzelf groeit, wordt beschouwd als gemeenschappelijk eigendom, vrij en gratis voor iedereen om te nemen.